bos 1

gevangen naam

staren

zoeken

kijken of

het

er echt staat

naam gevonden

in doorzichtig

glas


het knijpt mijn keel dicht

er zijn

kijken

hopen

zoeken

de angst

in mijn keel

de emotie

die oplaaien kan

het gevoel dat

me verlammen kan

op eens gevonden

de naam

die meer dan

een naam was

het knijpt mijn keel dicht

omdat het nu

definitief

was


het raakt

de naam

gevangen

zomaar

neer gezet

gedachten

flarden

even

net een film

in beeld

gebracht


ruw verstoorde rust

in gedachten

gedenken

op deze plek

waar rust en stilte

haast sereen is

hoor ik

iemand

commando’s schreeuwen

tegen de hond

die niet luisteren wil

soms kan rust en stilte

daardoor

juist serener zijn


de serene stilte

geluisterd

naar de vogel

die zachtjes zingt

de krekel

die zich daar

mee mengt

onderhuids

de stilte

dat daardoor

extra

stil

klinkt


Wilhelmina keek toe

om de boom

gezeten

op en houten bank

glimlachend gekeken

naar Wilhelmina

die daar

glimlachend

zat


gekoesterde rust

na eindeloos

te lopen dwalen

gekeken naar

alles wat rust

uitademt

kom ik

terug

in de wereld

van hectiek

besef ik

des te meer

deze plaats

is uniek


hoe terug te gaan

na te hebben gekeken

naar de eeuwige rust

bevraag ik mijn hart

hoe terug te gaan

daar waar ik

jouw altijd

heb gekust


afgestorven bomen

de bomen

volop in bloei

wuiven de takken

alles volop groen

één boom

staat er

prachtig

zichzelf te wezen

ontdaan

van al het groen

hij wuift niet alleen

hij buigt

als groet


gekoesterd in de wind

mijn adem

langzaam

laten gaan

zonder nog

na te denken

zonder het

te laten ontstaan

zomaar ineens

gaat mijn adem

zijn eigen weg

gekoesterd in de wind

komt hij

ergens op aarde

bij jou terecht


raak de maan aan

raak de maan aan

zonder er naar

toe te gaan

raak de maan aan

zonder te klimmen

zonder op te staan

raak de maan aan

laat me bij je staan

raak de maan aan

zodat we

samen blijven

bestaan


gesproken

woorden

die niet meer

kunnen praten

geen geluid

kunnen maken

woorden

die ineens

weer hier zijn

nu ik alleen maar

loop te dwalen

jij praat door

de wolken

tegen mij


stil tafereel

kleine woorden

hier neer gezet

waarop de

herinnering

altijd blijft

kleine vaas

met bloemen gehuld

daar waar

soms een stil tafereel

meer tranen

onthuld


kleine herinnering

heel klein

haast onzichtbaar

neer gelegd

waar soms

niets meer

echt kan zijn

heel klein soms

zonder woorden

zonder gebaar

heel klein

haast onzichtbaar

aangeraakt

door de wind


als de kinderhand is verdwenen

blij als ik was

toen jij

je eerste adem

in de wereld blies

het geluid

dat alles

liet verdwijnen

in het niets

zo verdrietig

kan ik nu soms zijn

nu ik je niet

mag zien opgroeien

niet meer bij je kan zijn


luchtledige volheid

als ik wil vragen

hoe het nou

eigenlijk is

hoe het leven

zich voor jou

ontwikkeld

hoor ik ineens

een volheid

aan tranen

die in het luchtledige

zijn blijven hangen

die eigenlijk

niet mogen worden

aangeraakt


ongevangen traan

staren naar het paneel

waarop jouw naam

geschreven staat

vloeiende gedachten

water dat zijn

eigen weg blijft gaan

vallen van mijn tranen

op de aarde

aangeraakt door de lucht

verbonden met jouw naam

de plek waar ik

in eenzaamheid

jou ten afscheid

kus


zwaai je naar me

in glas

staat jouw naam

geschreven

zonder dat iemand

begrijpen kan

wat dat voor mij

betekend

ik zie het staan

de wind

brengt het

in beweging

het paneel

waar jouw naam

voor eeuwig

gevangen staat

het lijkt alsof

je van hierboven

even naar mij zwaait


dapper kind

hij staat daar

zoals hij

daar altijd al stond

zijn armen

gespreid

hij zal de lucht

omvatten

waar zijn naam

eeuwig blijft

dapper staat

daar zijn naam

omdat hij het gevecht

met het leven

niet aan mocht gaan


zo bleef je toch eeuwig bestaan

beetje onsterfelijk

ben je geworden

nu jouw naam

in glas geschreven staat

na het verstrooien

van de as

bleef er voor mij

alleen maar

leegte bestaan

nu ik jouw naam

gevangen zie

omringt door de

elementen

ben je voor altijd

weer in ons

midden


soms wil ik jou kunnen aanraken

soms zomaar

wil ik even jou

kunnen aanraken

al is het maar

door het aanraken

van jouw naam

soms wil ik jou

zomaar even

weer voelen

al is het

alleen maar

door het planten

van een boom


warm van binnen

de kou

strijkt langs

mijn lichaam

mijn huid

gespannen

van de emoties

die door mij

heen gaan

het moment

van stilte

waarin enkel

het gehuil

van een kind klinkt

trots en warm

van binnen

sta ik daar

te kijken

naar jouw

gevangen naam


de roos en de boom

een heel klein boompje

heb ik neer gezet

met daarop

de naam

van jou

het mensenkind

dat veel te vroeg

bij mij vandaan ging

die ik niet meer

aan kan raken

dan alleen met

mijn herinnering

een boompje

staat daar

heel erg groot te zijn

mijn rode roos

blijkt groter

dan deze boom

te zijn

zoals mijn liefde

voor jou

steeds weer

groter dan

het verdriet

blijkt te zijn


het is geen kerstfeest

in het bos

waar de sfeer

haast dieper is

dan waar ook

ter wereld

in welke bos dan ook

loop ik rond

kijk ik naar de bomen

die er geplant

staan

kijk ik naar de

versierselen

die men heeft

aangebracht

om zo toch

een beetje

duidelijk

de boom

van iemand

speciaal te

laten zijn


opzoek naar de juiste plek

met schep in de hand

lopen te zoeken

in een gedeelte

niemandsland

kijken speuren

naar dat enen boompje

dat er nog moet zijn

kijken naar

de herkenning die

is aangebracht

om zo het

andere boompje

er bij te zetten

die die twee

weer samen

brengt


het is misschien vreemd

het is misschien vreemd

maar het doet me goed

dat de boom

die hoop

op leven doet

hier is neergezet

als symbool

van een leven

dat te vroeg

weg is gegaan


bos van tranen

al jaren

sta ik daar

te kijken

naar wat

in de tijd

steeds meer

als mijn bos

blijkt te ontstaan

elk jaar

plant ik

er een boom bij

van een overleden

dierbare

zo blijkt

inmiddels

een heel bos

van tranen

te ontstaan


groei maar naar de hemel

losse aarde

wat zand

dat in een hoopje

ligt

een kleine boom

nog breekbaar

in de wind

groot gat

boompje geplant

vermengd zand

met tranen

vast gezet

in het verlangen

dat hij groeien gaat

zodat hij

met mijn tranen

de hemel

aanraakt


veld van liefde

in alle stilte

van de ochtend

sta ik daar

te kijken naar

het bos wat

langzaam ontstaat

langzaam

komt de ochtendschemering

aan zijn eind

het blinken van

de achtergebleven

herinnering