trein2

langzaam dooft het licht

handen vasthouden

om het loslaten niet

te fysiek te maken

zacht praten

stille woorden van berusting

aandachtig luisteren

naar de laatste adem

die bijna komt

de ogen geopend

waarin het licht langzaam dooft

aanraken van wat niet meer kan zijn

mijn hand losmaken uit waarin

mijn dierbare niet meer is


nog maar 30 jaar dus

opgevangen gesprek

tussen twee vrienden

waarin de ene zegt

dat de gemiddelde leeftijd

waarop een man sterft 82 is

waarop de ander zegt

ik hoef dus nog maar 30 jaar

dat ene zinnetje spookt al

dagen door mijn hoofd

omdat ik niet kan geloven

dat iemand zo verlangt

naar de dood


laatste keer

samen nog even

op de valreep van ons samen zijn

even nog wat zeggen

drinken op wat was

dan afscheid nemen

omdat we niet meer samen konden zijn

kijkend naar jouw verdwijnende lichaam

dat nog even omkijkt

dan nog even zwaaien

voordat je voorgoed

uit mijn leven verdwijnt


vervlogen dagen

wachtend op wat er komen gaat

staar ik naar het onbekende

van het verlangen

de dagen die niet gevuld zijn

met de gedachten aan jou

die in mijn hart

behoort te zijn

vervlieg ik langzaam

in de tijd

verdwijn ik in vervlogen dagen

van spijt


als we afscheid moeten nemen

de tijd kent zijn houdbaarheid

langzaam verdwijnen we in de tijd

laten we onze sporen achter

voor hen die het willen zien

laten we woorden spelen

in de wind

laten we onze liefde zijn

verbinden we ons

om uiteindelijk afscheid te nemen

van elkaar

om naar een andere wereld

te gaan


omdat men het niet accepteert

hand in hand

kunnen wij al niet meer lopen

men vind dat vreemd

de woorden die ons moeten raken

raken ons allang niet meer

onze liefde kan er tegen

toch weten we dat het niet mag

jij en ik

verbonden door de liefde

voor altijd

die voor zoveel mensen

niet acceptabel blijkt

te zijn


gevangen luchtledige

zweven in de

dagen van de herfst van mijn leven

bevind ik me soms

boven afstand en tijd

om te kijken naar dat wat was

raak ik verstrikt in

luchtbellen van mijn verdwenen dromen

zie ik mezelf soms staan

met mijn armen open

om het leven te omarmen

om weer even dichtbij

mijn eigen gevoel

te zijn


als het donker wordt

jouw dag doet langzaam

zijn lichtjes uit

verdreven word langzaam

het licht  uit jouw leven

langzaam besef ik

dat het de nacht is die jou aanraakt

nog even maar dan zal het donker zijn

deze nacht heb ik

bij jou gewaakt

om jou toe te staan

om voorgoed

weg te gaan


dansend in de nacht

langzame bewegingen

mijn voeten raken nog nauwelijks

de vloer aan

voorzichtig aarzelend

ga ik de nacht in

als de dansende maan

onzeker beweeg ik op het ritme

van de sterren

verdwijn ik in de mist van het verlangen

waarin ik met jou

de nacht op onze eigen ritme

door brengen zal


mijn muur van steen

teder haast

breekt mijn muur zich af

komt de openheid

weer aan het licht

zie ik de brokstukken van

verharding

week worden

zie ik de eerste stukken groen

weer ontstaan

zie ik dat ik ineens

weer volop open

in het leven kan staan