
in de oude stad
dwalen
door de stenen van het verleden
de straten die niet meer zijn
alles is verdwenen
kijken naar het verdreven leven
dat nooit meer hun verhalen
vertellen kan
zie ik het nieuwe leven
dat zich laat zien
om te zeggen
dat zelfs het ergste
te overleven is

omdat het leven even niet aardig is
dikke tranen
in zijn ogen
gevangen in de tijd
van zijn onvermogen
om het te aanvaarden
dat het leven niet altijd
zo aardig is
omdat hij beseft
dat hij zonder zijn vader
verder moet

de eeuwige knoop
elke dag opstaan
met dezelfde knoop in mijn maag
over de dagen die nog komen gaan
de angst dat op een dag
zij er niet meer is
die mij grootbracht
het telefoontje in de nacht
dat je nu moet komen
omdat het zover is
dat ze het aardse gaat verlaten
zorgt dat de knoop in mijn maag
voorlopig hopelijk nog niet weggaat

leg de liefde te ruste
laten we het laten rusten
de liefde die ons beiden
niet gelukkig maakt
laten we het laten gaan
zonder tranen van spijt
wat we hadden was genoeg
voor dat moment
laten we de liefde voor elkaar
vaarwel kussen
om zo op weg te gaan
naar een andere liefde
die dan kan bestaan

er zit een haar in de boter
woedend de deur dichtgooien
mijn puberzoon
die zijn gelijk niet kan krijgen
zijn beide vaders zijn het eens
hij mag niet om 2 uur
in de nacht thuiskomen
als hij weggelopen is
kijken we elkaar aan
zeggen alleen maar
dat er een haar in de boter zit
dat hij die er dit keer
zelf uit mag halen
als hij nog uit wil deze nacht

onbetaalde rekeningen
een stapel onbetaalde rekeningen
die niemand openen zal
ze zijn geadresseerd aan haar
die niet meer is
ze liggen daar in de zon te wachten
op dat wat niet komen gaat
het altaar van de herinnering
is voor haar nu ineens
een vertoon van haar
wanbetalingen in het leven
dat nu niet meer kan zijn

de zon raakt het aan
tere herinneringen
aan de dag van de liefde
waar ik jou
in mijn armen hield
de laatste nacht van ons samen
verdween
met het opkomen van de zon
die ons liet weten
dat het nu voorbij is
wat er tussen ons was