verhaal2

een kerst die elke kerst overbodig maakt

“ Kijk nou eens wat we hier hebben”
“Wat een sukkel loopt daar”
“Moet je eens kijken wat een mietje loopt daar”
“Hij lijkt wel een homo!, Nou lijkt hij is een homo!”
“Kom dan pakken we hem!”

Marco rende voor zijn leven naar het fietsenhok om daar zijn fiets te pakken en zo snel als hij kon weg te komen bij zijn plaaggeesten. Het moment dat hij wegreed hoorde hij zijn belagers lachen en hem naschreeuwen , hij reed weg zonder om te kijken.. maar wist al morgen zou het weer zo zijn, weer zullen ze hem uitschelden, en wie weet weer slaan. De woorden speelden nog door Marco zijn hoofd terwijl hij op zijn fiets zich tegen de weergoden, storm en regen, heen worstelde. Hij was er klaar mee, steeds weer elke dag kwam het naar hem toe, telkens weer was het zover dat hij er dacht bij te horen, maar telkens weer was het niet zo. Hij had het gehad, het was genoeg voor hem om dit zo vol te houden. Marco, was klaar met alles, zeker nu er bij Sinterklaas voor hem een surprise was gemaakt van modder met daarin een pakje maandverband, omdat ze hem zo vrouwelijk vonden. Marco begreep niet waarom ze zo deden, al die klasgenoten van hem . Wat had hij verkeerd gedaan, wat was de reden van deze opmerkingen en deze pesterijen. Of zoal zijn docenten zeiden, het zijn maar plagerijtjes… Wat wisten ze van hem af, wat wisten ze van zijn leven, het was toch niet zijn keus dat hij woonde waar hij woonde. Het tehuis waar hij was neergezet, waarin geen liefde was maar een begripvolle dame, die deed alsof ze erg om hem geeft, maar hij weet wel beter, ze deed het alleen de uren dat ze er was in het tehuis, daarna ging ze terug naar haar eigen leven, en was ze hem en al die anderen vergeten. Wat kon hij er aan doen dat hij niet meer bij zijn moeder kon wonen, omdat ze verslaafd was aan alles wat maar verslavend werkte. Marco voelde de tranen over zijn ogen stromen van al het verdriet wat hij in zicht voelde, de regen spoelde zijn tranen mee het riool in. Marco kwam aan bij zijn huis, waar zijn mentrix op hem wachtte, ze zei niets, er stond een kopje thee, er lag een koekje, de kachel stond aan, dat was het. Marco ging zonder wat te zeggen naar zijn kamertje, waar hij op zijn bed ging liggen, zijn koptelefoon op zijn hoofd en luisterde naar zijn muziek.

Het lied van Anouk Birds, was zijn favoriet, zeker door het clipje wat hij er bij had gezien, in dat uurtje dat hij tv mocht kijken beneden in de huiskamer vol IKEA spullen.
Marco doezelde weg totdat er op zijn deur werd gebonsd, hij schrok op, deed de deur open en daar stond één van zijn mede huisgenoten met zijn handen vol met zijn wasgoed, of Marco even zijn was wilde opvouwen en strijken, daar is hij zo goed in. Marco wil nee zeggen maar op het moment dat hij de woorden uit zijn mond voelt gaan, weet hij al dit is mis. Zijn huisgenoot, een grote jongen van 14, kijkt hem aan, gooit zijn wasgoed, dat net gewassen is op de grond, en begint te schreeuwen dat het Marco zijn schuld is, dat hij nu ook zijn was opnieuw moet wassen en dan moet strijken en moet opvouwen. Marco gaat in verweer, maar dit helpt niet, zijn huisgenoot Benny, begint te slaan en te schoppen. De huis oudste komt er aan gelopen en grijpt meteen in. Ze haalt de twee vechtersbazen uit elkaar en zet ze apart in de kamer van Marco, ze luistert naar het verhaal van Benny , dat Marco expres zijn was op de grond heeft gegooid en er op is gaan staan en het daardoor dus vies is en dat hij vind dat Marco het opnieuw moet wassen en opvouwen en strijken. Marco zijn verhaal doet er niet toe, daar word niet naar geluisterd. Marco moet van de huis oudste doen wat er gezegd word, en dus staat Marco de hele avond de was van Benny te doen, met alle nare opmerkingen van dien. Hij weet dat hij dit moet doen, en hij weet ook dat het niet anders is, tranen van onrecht stromen over zijn wangen. Dit is niet de eerste keer dat hem dit overkomt, dit is dagelijkse kost. Dag in dag uit, hij houd zich vast aan de gedachte dat het maar tijdelijk is, dat hij heel gauw weer naar zijn moeder mag en dan weer terug is bij zijn vrienden uit het ander e leven.
Nog geen week later komt Marco thuis waar zijn mentrix op hem staat te wachten. . Zijn mentrix, vraagt hem om even mee te komen naar haar kamertje, ze moet hem iets vertellen. Marco kijkt haar niets begrijpend aan, wat kan er zijn of zou hij terug mogen naar huis. Marco neemt plaats aan het bureau van zijn mentrix, en zij gaat tegenover hem zitten. Ze praat zachtjes, dat ze het zo erg vind voor hem, en dat ze alles zal doen om hem te helpen dit verdriet te dragen en meer van dat vage gedoe, maar wat er nu werkelijk aan de hand is hoort Marco niet. Marco vraagt op een gegeven moment wat er aan de hand is en dan verteld de mentrix dat zijn moeder gisteren is gevonden in een huis voor daklozen, overleden aan een overdosis. Marco trekt wit weg, hij ziet ineens zijn hele wereld instorten, hij weet nu ook dat hij nooit meer naar huis kan, dat hij waarschijnlijk zijn hele leven in dit tehuis zit voor kinderen die nergens terecht kunnen. Hij kan niet eens huilen, zo veel pijn doet het. Hij voelt een ijsklomp in zijn maag ontstaan, een oer gil die maar niet wil exploderen. Hij kan er niets mee.

De rest van de woorden van zijn mentrix hoort hij amper, iets over, naar de begrafenis gaan, iets over een ander tehuis voor hem, omdat dit niet een huis is voor permanente bewoning maar voor tijdelijk in deze woongroep. Dat hij moet na denken waar hij graag zou willen gaan wonen. Hij mag als hij wil naar de begrafenis maar hoeft niet, hij kan vrij krijgen van school. Als troost legt ze een mars voor hem neer. Marco kijkt haar aan, het enige waar hij nu aanheeft is gewoon een knuffel van een mens, maar een mars? Hij staat woedend op en grijpt de mars en schreeuwt alleen maar “Stop die maar waar de zon niet schijnt!” Hij rent boos weg uit het kamertje, de deur achter zich dicht smijtend en rent naar zijn kamertje waar hij op zijn bed begint te huilen. Eindelijk komen zijn tranen over dit verdriet naar buiten, hij schreeuwt het uit, hij gilt en slaat woedend in zijn kussen. De nacht gaat voorbij maar Marco merkt het niet eens, hij slaap onrustig.
De volgende dag hoeft Marco niet naar school, hij mag thuis blijven , hij moet naar het uitvaartcentrum, om te helpen bij de voorbereiding van de begrafenis van zijn moeder, en haar nog een keer te zien opgebaard in de kist. Hij vraagt aan zijn mentrix of ze met hem mee wil, hij moet helemaal naar Amsterdam en vind de reis eng omdat hij nooit eerder daar alleen heen is gereisd. Zijn mentrix kan echter niet mee, haar dienst zit er op over een uurtje en hij kan het vast wel alleen.
De volgende dag zit Marco alleen in de trein, zenuwachtig, hij heeft geen idee wat hem te wachten staat, hij weet niet waar hij heen moet, hij weet niet eens hoe een overleden iemand eruit ziet. Hij zit wat voor zich uit te staren in de trein die gewoon zijn route gaat, die zijn weg vervolgt naar Amsterdam. Ondanks dat de reis niet lang duurt, lijkt het voor Marco uren te duren. De tijd kruipt voorbij… ergens is dat wel fijn al is het besef bij hem dat hij er toch niet onderuit kan. Het pesten op school, het gedoe met zijn huisgenoten, en dan dit er nog bij, hij voelt zich meer dan alleen, kan niet voor zichzelf bedenken wat erger is. Hij hoopt ook dat die vraag niet gaat komen als hij moet kiezen.
De trein stopt bij het Centraal Station in Amsterdam, vandaar uit moet hij lijn 5 nemen om aan te komen bij het uitvaartcentrum waar zijn moeder opgebaard ligt. Hij moet er bij de laatste halte uit en dan nog een klein stukje lopen. Gelukkig zijn er wat mensen die hij durft te vragen waar hij heen moet en hoe hij er moet komen. Aarzelend stapt hij in de tram en gaat zijn weg. Bij het eindpunt van de tram, staat hij nog te staren naar allemaal wegen, de moed zakt hem in zijn schoenen, hij weet het nu echt niet meer. De tranen biggelen over zijn wangen.

Terwijl Marco rondkijkt of hij ergens misschien een straatnaambordje ziet, ziet hij ineens een lijkwagen aan komen rijden, in een dwaze bui besluit hij deze maar te volgen om zo misschien bij het uitvaartcentrum te komen. Hij rent door de straten van Amsterdam en verliest geen moment de auto uit het oog. Hij rent en rent, om uiteindelijk bij het uitvaartcentrum aan te komen. Buitenadem staat hij daar en zoekt naar de ingang van het gebouw.
De deur is blauw, terwijl hij aanbelt vraagt hij zich af wat hij nu zal moeten zeggen. Hij staat nog na te denken, of de deur gaat open. Een lange man in keurig zwart staat voor hem, kijkt hem aan en zegt dat hij geen kinderpostzegels koopt, ze hebben speciale zegels die ze gebruiken. Marco kijkt de man vreemd aan en begint al hakkelend te vertellen waarom hij hier is. Hij verteld dat zijn moeder hier moet zijn en dat hij de begrafenis moet regelen voor haar. De man kijkt hem fronsend aan en vraagt naar de achternaam van zijn moeder. Marco geeft die naam en de man kijkt op zijn lijst, ziet de naam staan en vraagt Marco binnen te komen. Hij is verbaasd dat een puber van 14 voor zijn deur staat en dat er geen volwassene bij is die hem begeleid. Hij loopt mompelend de gang in , nadat hij Marco een plekje heeft gewezen waar hij mag wachten. De man komt terug met een mevrouw die de zorg op zich neemt voor Marco. Ze vraagt of hij iets wil drinken, maar door de brok in zijn keel krijgt Marco geen woord uit zijn mond. Hij wil eigenlijk maar 1 ding en dat is zijn moeder zien. Dit zegt hij dan ook tegen de mevrouw en die zegt dat hij even moet wachten dan gaan ze samen naar het kamertje waar zijn moeder ligt.
Na een kwartiertje, wat voor Marco voelt alsof het een uur is, mag hij eindelijk meelopen met de mevrouw van het uitvaartcentrum. Marco loopt door de kille gangen en komt aan bij een tafel waarop inderdaad zijn moeder ligt. Hij herkent haar nauwelijks, zo mager als ze geworden, is, haar haar is smerig, haar hele lichaam zit vol met zweren, en de lijkwitte kleur komt door alles heen. Gelukkig hebben de mensen van het uitvaartcentrum wel de spuit uit haar arm gehaald, die nog in haar arm zat toen ze werd gevonden. Marco knikt en zegt dat dit zijn moeder is, waarop hij begint te huilen. De tranen stromen over zijn wangen. In zijn hoofd komt steeds de vraag wat hij nu verder moet, er is nu niemand meer die echt van hem houd en voor hem wil en kan zorgen. Zijn opa en oma zijn inmiddels overleden en zijn moeder was enigst kind. Het drinkt tot hem door dat hij niets weet van de man die zijn vader moet zijn. Zijn moeder heeft het er nooit over gehad, en er staat ook nergens geregistreerd dat er een vader is. Dat moet natuurlijk wel dat er een man moet zijn geweest, anders was Marco er niet, maar er is niets van bekend. De mevrouw van het uitvaartcentrum vraagt of Marco even alleen wil zijn bij zijn moeder om afscheid te nemen.

Marco knikt en de mevrouw verdwijnt uit het kamertje waar zijn moeder ligt. Marco kijkt en raakt even haar hand aan, zegt heel stil, mam ik hou van je.. en dan loopt hij weg bij de tafel naar de deur. Achter de deur staat de mevrouw van het uitvaartcentrum te wachten op zijn komst, ze neemt Marco mee naar weer een ander kamertje om met hem de uitvaart te regelen. Marco heeft geen idee waar ze het over heeft, heeft ook geen idee of er wel of geen geld is.. hij is blanco en weet niets. De mevrouw raakt in paniek hiermee had ze geen rekening gehouden, en met een jongen van net 14 is het niet goed zaken doen.
Ze denkt na, pleegt wat telefoontjes en uiteindelijk komt het er op neer dat zijn moeder zal worden begraven door de gemeente. Marco mag er bij zijn maar het zal niet veel voorstellen deze uitvaart, het zal eigenlijk gewoon de kist met zijn moeder naar een kerkhof brengen, en waarschijnlijk de Oostelijke begraafplaats in Amsterdam en daar zal ze begraven worden.
Marco moet zijn adres geven en dan zal hij wel horen hoe en wat en wanneer. Met een hand en een bemoedigend woord, zet ze vakkundig hem op straat. Marco weet niet wat hem overkomt, wat moet hij nu, hij is totaal van slag en denkt erover om toch maar gewoon weg te lopen en onder te duiken, maar beseft ook dat als hij dat doet dat hij waarschijnlijk net als zijn moeder gaat eindigen en dat wil hij zeker niet. Marco besluit om de trein terug te nemen naar het huis waar hij woont en het maar te bespreken met zijn mentrix, tenminste als ze er is, en als ze tijd heeft. Met zijn handen, gebald als vuisten in zijn zakken, loopt hij naar de tramhalte om de tram terug te nemen naar het station en met de trein naar huis te gaan.
Bij aankomst op het station blijkt zijn trein net weg te zijn, en moet hij dus een half uurtje wachten, hij zit wat doelloos op het perron op een bankje te kijken en denkt na, langzaam ontstaat in zijn hoofd het idee dat hij misschien gewoon maar voor de trein moet springen, dan is van alle shit verlost want er is nu niemand die echt om hem geeft. Het blijft gelukkig bij een gedachte en als de trein komt, stapt Marco in de trein en vertrekt naar het huis waar hij nu woont.
Als hij thuis komt blijkt zijn mentrix al met haar jas aan te staan, ze maakt de opmerking dat hij wel erg laat is, en dat hij geen eten meer krijgt omdat hij niet op tijd terug was. Marco begint te protesteren hierover maar ze luistert niet en stuurt hem naar zijn kamer, als Marco begint te huilen, word ze alleen nog maar bozer en stuurt hem meteen naar zijn kamer. Woedend en verdrietig rent Marco naar boven en gaat op zijn bed liggen waar hij met diepe uithalen ligt te huilen. Dit is iets wat hij er niet meer bij kan hebben. Weer komt de gedachten in hem op dat de trein nog niet zo gek is..

De volgende dagen loopt Marco in een soort roes door het leven, hij voelt een intens verdriet, hij zit maar op zijn kamertje in het tehuis waar hij woont en weet even niet meer wat hij moet. Hij krijgt steeds telefoontjes van de mensen van de gemeente, van jeugdzorg en van totaal onbekende mensen die willen weten wat ze moeten op de begrafenis van zijn moeder.
Marco weet al de antwoorden niet op deze vragen. Al die mensen stellen vragen, zeggen gecondoleerd, maar niemand vraagt hoe het met Marco gaat. Marco heeft inmiddels wel al geleerd dat hij moet zeggen goed. Als hij zegt dat het niet goed gaat, dan beginnen de mensen meteen over hun eigen verdriet of wat dan ook, het lijkt heel vaak alsof mensen alleen maar bezig zijn met zichzelf en een opening zoeken om hun eigen verdriet of pijntjes de ruimte te geven als ze vragen hoe het met de ander gaat. Hij merkt steeds dat hij liever maar zegt goed, omdat er geen enkele oprechte aandacht is voor zijn echte gevoel. Het gevoel van dat hij heel erg alleen is, dat er niemand is voor hem, dat hij eigenlijk liever dood wil. Daar praat hij niet over omdat niemand echt vraagt of doorvraagt hoe het met hem gaat.
De begrafenis van zijn moeder, waar Marco weer alleen heen moest omdat zijn mentrix ziek is, is een eenvoudige en zeer korte plechtigheid. Niemand zegt wat liefs. De kist met zijn moeder word naar haar laatste rustplaats gebracht, de bloemen die Marco van zijn eigen spaargeld heeft gekocht, een klein bosje rode rozen, liggen op de kist. De begeleider van de uitvaart centrum zegt nog even rust zacht en dan zakt de kist in het gat waar het lichaam van zijn moeder zal rusten. Het bosje bloemen van Marco gaat mee. Na de begrafenis, als je het al zo kan noemen, loopt Marco door Amsterdam te dwalen .
Hij ziet overal de kerstversiering, de prachtige etalages met mooie spullen. Ziet heel veel mensen met elkaar arm in arm lopen, kinderen met hun ouders. De eenzaamheid speelt dit keer zo erg op dat hij met tranen in zijn ogen door de straten van Amsterdam loopt op weg naar het station. Hij heeft het koud en bedenkt zich steeds meer dat hij dit niet wil, dit gaat hij niet doen. Hij duikt nog dieper in zijn jas, bedenkt dat hij de volgende week voor de laatste keer dit jaar naar school moet en bedenkt zich meteen wat hij moet, hij weet het niet. Hij weet dat zijn plaaggeesten op hem zullen wachten. Misschien zullen ze dit keer even niet weer hem pesten. Wie weet gaat dit keer niet zijn gymspullen in het toilet, wie weet gaan ze hem nu niet stiekem tijdens een les met een passer in zijn rug prikken. Hij hoopt dat hij dit keer ontzien gaan worden.

Diep van binnen weet hij het antwoord al, het zal alleen maar erger worden, ze zullen echt geen enkele aandacht hebben voor zijn verdriet en zijn eenzaamheid.
Terwijl Marco zo loopt ziet hij het spoor lopen van de trein terug naar huis. Ergens in het hek ziet hij een gat en zonder er bij na te denken, als in een soort waas kruipt hij door het gat heen. Hij staat ineens bij een stuk niemandsland, en loopt richting het spoor. De tranen stromen over zijn wangen en terwijl hij daar loopt zonder na te denken gaat hij op het spoor lopen naar nergens heen…
Marco loopt over het spoor en ziet in de verte de trein aankomen die hij moet nemen naar huis, in zijn hoofd hoort hij het zinnetje dat hij nu naar huis gaat, als de trein maar opschiet.
De tranen lopen over zijn wangen, hij weet geen andere oplossing voor alles wat door zijn hoofd speelt en wat er om hem heen gebeurt, hij voelt zich verlaten en alleen.
Ineens hoort hij een stem die hem roept, hij kijkt achterom en ziet een man van 40 jaar naar hem toe rennen, hij schreeuwt en zwaait dat Marco van de rails af moet omdat hij anders door de trein zal worden geraakt.
Marco kijkt terug naar de trein die behoorlijk hard naar hem toe komt rijden, hij loopt door zijn blik op oneindig en met een vage glimlach om zijn mond. Ineens hoort hij hollende voetstappen en voor hij het doorheeft ligt hij naast de rails op de grond.
Marco schreeuwt het uit, eerst van de schrik, daarna roept hij dat ze moeten ophouden, dat hij niet langer meer wil worden geslagen door hen, dat hij het zat is om steeds maar door iedereen of gepest te worden of dat hij het zat is om steeds in zijn eentje alles te moeten doen, dat hij niet langer meer steeds afscheid wil nemen. Alles komt er uit, hij schreeuwt, vloekt, slaat, en er lijkt geen einde te komen aan zijn tranen.
De trein raast inmiddels voor bij , dus dat gevaar is geweken. De man die hem van het spoor heeft gehaald, luistert naar het verhaal van Marco, en houd hem vast, drukt hem tegen zich aan en Marco voelt voor het eerst genegenheid van een volwassene die hem troost, er gaat iets door hem heen wat hij al in geen jaren meer gevoeld heeft.
Marco begrijpt niets van de situatie, hij hoort de man zeggen dat als Marco het wil wel even mee mag naar zijn huis om warm te worden en om te bellen naar het tehuis waar hij zit.

Marco gaat mee met Vincent, zoals de man zich heeft voorgesteld, naar het huis van Vincent in Amsterdam Noord, eerst gaan ze met het pondje over Het IJ en daarna moeten ze een klein stukje lopen om bij het huis te komen.
Vincent doet de deur open en roept in het huis dat hij niet alleen is maar dat hij iemand heeft meegenomen dit hij op straat heeft gevonden. Ergens achter uit het huis roept een mannenstem dat hij er aan komt, nog even de laatste restjes van het eten klaar maken.
Marco kijkt wat vreemd naar Vincent, hij begrijpt ineens dat Vincent kennelijk met een man samenwoont in dit huis. Vincent ziet de verbazing in de ogen van Marco en neemt hem mee naar een mooi en in de kerstsfeer ingerichte woonkamer. Marco ziet voor het eerst een boom met zoveel lichtjes dat hij er een beetje duizelig van gaat worden. Onder de boom ligt een kat in een mandje te slapen, Marco bedenkt zich niet en gaat naar de kat toe en begint het dier te aaien. Vincent kijkt het aan en ziet de kat ontspannen en meteen beginnen met kopjes te geven en te spinnen. Vincent is hierover verbaasd omdat hun kat, met de naam Jasper nogal eenkennig is en meestal meteen zijn nagels in een ander zet. Intussen is Stanley ook uit de keuken gekomen met een bak koffie in zijn hand, hij kijkt naar Vincent en zegt dat hij maar even iets anders gaat halen in plaats van koffie voor de gast die zo leuk bij de kerstboom zit met Jasper. Vincent zegt tegen Marco dat hij even met Stanley meegaat, in de keuken verteld Vincent het verhaal van Marco en Stanley luistert, terwijl hij het verhaal aanhoort begint er bij Stanley een plan te komen. Zeker nu hij hoort over hoe eenzaam Marco is en wat hem allemaal is overkomen.
Samen met Vincent gaat hij weer naar de woonkamer, Marco zit inmiddels wat onwennig op de bank met Jasper op schoot. Stanley geeft Marco een hand en stelt zich voor. Marco wil veel vragen maar weet niet waar te beginnen. Stanley heeft de gave om een kind, zeker een puber van 14, op zijn gemak te stellen. Hij verteld eerst over dat hij heeft gehoord over Marco wat er is gebeurt en hoe Vincent hem heeft gevonden en dat ze eerst moeten bellen naar het tehuis waar Marco woont om ze te vertellen dat Marco veilig is en bij hun twee zit. Marco geeft het nummer aan Stanley en hij gaat bellen. Marco en Vincent kijken elkaar aan, terwijl Stanley belt en na een aantal minuten horen ze de Stanley vertellen dat Marco bij hen is en dat ze hem hebben gevonden op het spoor omdat hij dood wilde. Hij vertelt ook dat ze zich heel veel zorgen maken. Aan de andere kant van de lijn is het even stil, dan vraagt zijn mentrix of Marco naar huis komen kan met de trein dan bespreken ze daar verder wel hoe nu verder.

Stanley is eerst verbaasd, dan ineens, tot grote schrik van Vincent, die Stanley zo niet kent, begint hij ineens heel boos te praten en deze dame even terecht te wijzen, dat als het zo gaat dat Marco niet naar hun terug komt maar dat Marco van af nu meteen bij hun blijft wonen.
Marco kijkt op, ineens ziet hij hoe Stanley rood van woede is, hoe Vincent ineens achter Stanley staat en zijn hand op de schouder legt van Stanley. Marco beseft ineens dat twee totaal vreemde mannen voor hem opkomen en hem helpen.
Van geluk knijpt hij bijna Jasper in zijn lichaam. Aan de andere kant van de lijn blijft het ijzig stil. Ineens hoort Marco Stanley zeggen, dat Marco voorlopig bij hun blijft logeren totdat de mentrix in staat is om Marco op te halen.
Boos sluit hij zijn mobiel af en legt hem op tafel.
Zo dat is geregeld het is klaar voor Stanley. Vincent kijkt naar hem en Stanley zegt alleen maar, jij weet dat we dit altijd al wilden, dus waarom gaan we er dan nu niet gewoon mee beginnen. Wij hebben een groot huis, plek zat, onze harten zijn groot genoeg om er nog iemand bij in te laten wonen. In deze situatie lijkt mij het, het beste om dit maar zo te doen. Maar misschien wil Marco dit niet en dan gaan we hem met de auto terug brengen.
Vincent en Stanley kijken naar Marco, die helemaal zit te stralen, hij mag kennelijk blijven bij deze twee vreemde mannen maar die wel een hart hebben en voor hem vechten. Hij knikt ja dat hij het goed vind. Weer stromen de tranen over zijn wangen dit keer van geluk. Vincent loopt naar hem toe en legt zijn armen om Marco heen, zacht zegt hij tegen Marco dat alles goed gaat komen en dat hij en Stanley zullen proberen of ze hem voor altijd in huis mogen houden als hun “zoon”. Marco weet niet wat hem overkomt van geluk kan hij even niets meer zeggen.
Later die avond, na een heerlijke maaltijd, besluiten Vincent en Stanley om samen met Marco naar het tehuis te gaan om daar de spullen op te halen die Marco nodig heeft voor de komende dagen .
Marco vind dat wat eng, al begrijpt hij wel dat het moet, met z’n drieën stappen ze in de auto en gaan op weg naar het tehuis.
Na een uurtje komen ze aan bij het huis waar Marco woont, alles is donker en er is nergens licht.

Stanley zegt nog gekscherend, dat ze misschien een surprise party hebben geregeld voor Marco, die dat wel grappig vind maar het natuurlijk ook weet dat dat niet het geval zal zijn. Marco opent de deur en het hele huis is leeg. De bewoners zijn kennelijk deze avond niet thuis. Marco neemt Stanley en Vincent mee naar zijn kamer en pakt daar wat spullen in. Vincent en Stanley kijken elkaar wat aan en ze lezen in elkaars ogen dat dit de triestheid ten top is.
Natuurlijk beseffen ze ook dat ze zich door deze actie op heel glad ijs begeven, maar ze weten ook dat ze in dit geval niet anders kunnen. Deze jongen heeft hulp en liefde nodig, en dat kunnen ze hem bieden. Een thuis, een huis met een bed, met warmte en goed eten.
Marco pakt heel snel zijn spullen in en legt een briefje neer bij het kantoor van zijn mentrix met daarop de gegevens waar hij nu even is en dat hij morgen belt om te vertellen wat hij verder gaat doen.
Samen gaan ze met z’n drieën weer in de auto en vertrekken terug naar het warme huis in Amsterdam –Noord. Onderweg draait Vincent de kerst cd van 2013, Nick en Simon en luidkeels zingen Stanley en Vincent alle liedjes mee. Als er een liedje langs komt die Marco ook kent zingt hij net zo hard mee als de mannen. Het is een gezellige boel daar in de auto.
Bij aankomst bij hun huis, zien ze een politieauto staan, Stanley ziet het als eerste en zegt tegen Vincent dat dit niet goed is. Hij stapt uit de auto en meteen komt een agent naar hem toe met de vraag of hij Stanley van der Meij is. Stanley kan dit niet ontkennen en zegt dus dat hij dat is. Tevens komt de vraag of hij samenwoont met Vincent Brugbouwer. Daarop kan Stanley weer het antwoord geven dat het klopt. De vraag of er bij hun een jongen is van 14 met de naam Marco Dissel, Wederom moet Stanley hierop antwoorden dat dat klopt. De politie agent verteld hem dat ze een telefoontje hebben gekregen dat deze twee mannen deze jongen hebben ontvoerd. Stanley weet even niet meer wat te zeggen, inmiddels zijn Vincent en Marco ook bij hen komen staan, en luisteren naar het verhaal van de agent. Vincent is wat doortastender soms in dit soort situaties en bedenkt zich niet en vraagt of dat agent zin heeft in een kop koffie en of hij misschien samen met zijn partner binnen wil komen. Dat doen de agenten. Even later zitten de vier mannen te praten, en zit Marco te luisteren wat er gezegd word. Hij zelf verteld ook zo zijn ding. De agenten zijn het met Stanley en Vincent eens dat dit geen doen is van het tehuis waar Marco zit.

Ze zijn het er ook over eens dat Marco eigenlijk niet bij deze twee mannen kan blijven wonen of slapen, omdat er aangifte is gedaan.
Nadat Vincent en Stanley met elkaar hebben gepraat besluiten ze om Marco toch maar te laten gaan naar het tehuis waar hij woont.
Als ze afscheid nemen van Marco, die in tranen is, beloven ze hem dat ze hem komen opzoeken op eerste kerstdag en dat ze dan samen wat leuks gaan doen. Dat hij altijd welkom is bij hen als hij zin heeft en altijd mag komen logeren.
Jasper, de kat, die altijd alles aanvoelt wat er speelt, loopt naar Marco toe en begint hem kopjes te geven. Marco aait Jasper nog een keer en dan stapt hij in de auto van de politie om terug te gaan naar zijn woonplaats. Hij zwaait zo lang als hij kan, totdat hij de twee mannen niet meer ziet staan.
Na een paar dagen waar Marco elke dag iets hoort van Stanley en Vincent, een telefoontje, een kaartje, soms een brief, een foto van Jasper, is het dan zo ver dat Stanley en Vincent hem komen opzoeken. Inmiddels is het eerste kerstdag. Marco is best wat zenuwachtig omdat hij niet zo goed weet wat er nu gaat gebeuren en hoe het zal verlopen.
Vol spanning staat hij al de hele ochtend voor het raam te kijken en hoopt dat de auto van zijn nieuwe vrienden gauw komt. Ze hadden al aan Marco laten doorschemeren dat ze een verrassing hebben voor hem. Marco is reuze nieuwsgierig wat dat is. Eindelijk ziet hij de auto van Stanley en Vincent om de hoek van de straat komen waar het tehuis staat. Hij rent naar de voordeur en vliegt naar buiten. Hij is zo blij dat de twee mannen er aan komen en dat ze zich aan hun woord hebben gehouden. Hij springt van geluk. Als Stanley uit de auto stapt vliegt in de armen van Stanley die inmiddels al naast de auto staat.
Daarna begroet hij Vincent die hij ook in de armen vliegt, met z’n drieën gaan ze naar het huis waar de mentrix van Marco wat zuur staat te kijken in de deuropening. Stanley geeft keurig een hand en stelt zich voor aan de mentrix. Hij valt meteen met de deur in huis door te zeggen tegen Marco dat hij een tas moet inplakken voor een aantal dagen, omdat hij bij hun komt logeren als hij dat wil. Marco weet niet wat hij hoort, is dit nu de verrassing, mag hij zomaar bij Vincent en Stanley en niet te vergeten Jasper slapen , wat een feest is dit, dit is nu al de mooiste kerst voor Marco sinds jaren. Dit keer niet in het duffe tehuis met die gasten die hij toch niet mag.

Hij vliegt naar boven om zijn tas in te pakken, ondertussen gaan Stanley en Vincent met zijn mentrix in haar kantoor zitten. Stanley vraagt haar wat de mogelijkheden zijn om Marco permanent in huis te laten wonen, omdat hij en Vincent dat graag willen en Marco kennelijk er behoefte aan heeft om bij een gezin te wonen wat stabiel is. De mentrix kijkt wat moeilijk maar zegt dat er mogelijkheden voor zijn, maar dat het nogal wat voeten in aarde heeft. Er zal eerst onderzocht moeten worden of Stanley en Vincent wel geschikt zijn als pleegouders, dat er een hele o procedure aan vast zit. Maar dat ze wel een goed woordje wil gaan doen voor hun twee, omdat ze Marco al eerder zo goed hebben geholpen. Ze stemt er mee in dat zolang er geen andere plek voor Marco is hij bij Stanley en Vincent mag wonen .Als Marco beneden komt met zijn tas en zijn jas al aan, staan ze op, ze geven de mentrix een hand en vertrekken met Marco naar Amsterdam.
Wederom staat de kerst cd aan en weer zingen ze met elkaar uit volle borst de liedjes mee. Ze hebben het onderweg reuze naar hun zin.
Bij aankomst bij het huis van Vincent en Stanley, stapt Marco uit en kijkt zijn ogen uit, het hele huis zit in de kerstsfeer, met heel veel lichtjes, gelukkig niet van die vreselijke gekleurde flikker lichtjes maar stijlvolle led-lampjes die gewoon branden. Hij staat met zijn mond open te kijken. Als hij het huis in komt, ziet hij bij de kerstboom, naast het mandje van Jasper, cadeautjes liggen, en op die cadeautjes staat zijn naam. Marco kijkt wat onwennig om zich heen, gelukkig voelt Jasper wederom de stemming goed aan en hij loopt meteen naar Marco en geeft kopjes. Deze afleiding is helemaal goed voor Marco en hij begint meteen Jasper te aaien en met hem te spelen. Stanley en Vincent kijken elkaar aan en stralen allebei.
Als de cadeautjes zijn uitgepakt en er uitgebreid is gegeten vraagt Stanley om een moment van stilte. Hij begint te vertellen over een jongetje dat moederziel alleen was, over een trein, over een man, die een hart van goud heeft die dat joch heeft gered, en dat daaruit misschien wel een nieuw gezin kan ontstaan.
Marco knippert met zijn ogen, hij kijkt verbaasd naar Stanley en naar Vincent die ook begint te lachen. Dan vertelt Stanley aan Marco dat Vincent en hij besloten hebben om hem in huis te nemen voor altijd. Dat zijn mentrix alles er aan zal doen om dit voor elkaar te krijgen en dat ze een goede kans maken.
Marco is stil en kijkt de twee mannen aan, dan vliegt hij in beide armen en springt samen met ze door de kamer.

Om elf uur moet Marco naar bed, hij vraagt waar zijn kamer is, en Stanley en Vincent lopen met hem mee naar boven, ze wijzen naar een deur en zeggen dat hij daar slaapt. Als Marco naar de deur kijkt ziet hij al dat er een bordje op hangt waarop zijn naam staat. Het is dus echt zijn kamer. Heel verbaasd kijkt hij naar het kattenluikje in de deur. Dit is de enige kamer met een kattenluikje er in. Stanley legt uit dat Jasper eigenlijk niet op de slaapkamers mag slapen maar dat Jasper, sinds ze de kamer hebben aangepast aan de mogelijkheid dat Marco bij hun komt, hij elke nacht daar heeft geslapen. Er staat zelfs een mandje voor Jasper.
Nadat Marco zijn tanden heeft gepoetst, zijn pyjama aan heeft getrokken en in bed ligt, kijkt hij om zich heen, hij is intens gelukkig. Het duurt niet lang of ineens ligt Jasper bij hem in bed. De kat kruipt onder de dekens en gaat in het holletje van zijn armen liggen, zo tegen zijn buik, en begint te spinnen.
Terwijl Marco onder het kinnetje van Jasper aait, denkt hij dat dit echt een kerst is die elke kerst overbodig maakt, terwijl hij langzaam wegzakt in een tevreden slaap, begint het buiten zachtjes te sneeuwen.
Beneden op de bank zitten twee mannen, dicht tegen elkaar aan en stralen. Ze zijn intens gelukkig en zeggen tegen elkaar, dit is ons mooiste kerst ooit, wat krijgen we een mooi cadeau dat Marco op ons pas is gekomen…
Terwijl ze nog een glas wijn inschenken bij de open haard, kijken ze naar buiten waar het zacht sneeuwt, ze kijken elkaar aan en zeggen niets omdat de stilte genoeg zegt in sommige situaties.

Hits: 34